Op 5 februari kwamen de bestuurders van de G40-steden bij elkaar voor de laatste bestuurlijke netwerkdag voor de gemeenteraadsverkiezingen 2026. In newtown Zoetermeer was de ontvangst allerhartelijkst en de programmering inhoudelijk sterk. Paul Depla (voorzitter van het G40 stedennetwerk, burgemeester Breda) heette iedereen welkom.
Vol vertrouwen werkt Zoetermeer (130.000 inwoners) aan de groeiopgave van de stad met nog eens 30.000 inwoners. Daarnaast moet de newtown volop inzetten op het beheer en onderhoud van de groeikern om de leefbaarheid van de stad op een goed niveau te houden. Aan bestuurlijke slag- en veerkracht geen gebrek. Michiel van Bezuijen (burgemeester Zoetermeer) is enthousiast en met het college vastberaden om samen met de andere (new town) steden en het Rijk de uitdagingen aan te gaan.
Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) verzorgde de keynote. Directeur Karen van Oudhoven sprak met de zaal over maatschappelijke ontwikkelingen en maatschappelijke veerkracht (in steden). De geopolitieke ontwikkelingen en een dalend rechtvaardigheidsgevoel zijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de weerbaarheid van inwoners. Dit tij moet gekeerd worden door meer ‘horizontale en verticale’ verbinding. Betere samenwerking tussen medeoverheden. Als overheid durven om een pas op de plaats te maken (de receptieve overheid) om creativiteit in de samenleving de ruimte te geven. Letterlijk en figuurlijk. Publieke plekken voor ontmoeting zijn erg belangrijk. De bedrijvigheid in de wijk. Het sociale cement. Het is allemaal nodig om de zelfredzaamheid en weerbaarheid in een stad te verbeteren. Hoe doen we het samen? 'Door samenwerking met burgerinitiatieven', is het stellige antwoord van het SCP. Deze zijn slim en creatief, pas daar de overheidsregels op aan. “De oude jas moet uit, we moeten het lef hebben om meer los te laten en over te laten aan de actoren in de samenleving. Als overheid onderhandelen we vaak over taken en geld, en minder over 'wat willen we samen bereiken'. Deze waarden moeten we zwaarder inbrengen in het debat en dan pas de discussie voeren over het verdelen van de taken. Anders stagneren de plannen. Wees ambitieus in doelstellingen en terughoudend op resultaten als overheid.”
De keynote gaf genoeg stof tot gesprek. Paul Depla trad op als gespreksleider en daagde de panelleden uit. Michiel van Bezuijen (Zoetermeer) gaf aan dat scholen in de wijken de belangrijkste ontmoetingspunten zijn. Daar ontstaat identiteit en verbinding. Jan Martin van Rees (Almelo en vz VNG cie RWM) hekelde de afrekenbaarheid op woningaantallen door het Rijk en riep op om te kijken naar het totale gebied waar een nieuwe gemeenschap moet ontstaan. “Als steden stellen we eisen aan de gebiedsontwikkeling zodat mensen er fijn kunnen leven. Dat is meer dan alleen een woning.”
Carsten Herstel (DG VWS Langdurige zorg) maakte de koppeling naar het landelijke coalitieakkoord, waarin wordt ingezet op preventie om resultaten in het zorgdomein te behalen. Zijn zorg zit bij de inwoners met weinig hulpbronnen (bijvoorbeeld geen sociaal vangnet en hoge zorgkosten). De lokale overheid zal meer en meer een vangnet worden. Daarvoor heeft het Rijk de expertise van de steden ook nodig. Zijn oproep was: kom aan tafel!
Mary Fiers (senator in de Eerste Kamer) gaf de steden daarin mee om groot te denken en klein te beginnen in de stad, zodat de uitvoering in beeld is. Fiers gaf aan dat bij veel wetten in de Eerste Kamer een ‘UDO’ (Uitvoeringstoets Decentrale Overheden) nog ontbreekt of zeer beperkt is uitgevoerd. Tot grote ontevredenheid. Ze riep op tot rolvolwassenheid van de uitvoerders met ruimte voor de professionele afweging.
Vanuit de zaal kwamen ook nog enkele reacties. Tilburg stelde dat personeel (en dus uitvoeringskracht) het vraagstuk van de toekomst is en niet de financiën. Haarlemmermeer gaf aan dat de gesprekken in de wijk over veerkracht, zorgen voor veerkracht onder inwoners. Door goede voorbeelden te delen, raken inwoners geïnspireerd en gaan aan de slag. Apeldoorn riep het Rijk op om bij de herstructureringsopgave in de zorg de inwoners meer centraal te stellen, de veerkracht in de samenleving te ondersteunen, maar de vrijwilligers niet te zien als een werknemer van het Rijk. De overheid heeft de verantwoordelijkheid voor de inwoners zonder hulpbronnen. Dus dat vraagt van rolvastheid, waardengedrevenheid en uitvoeringskracht. Zwolle haakte hierop aan en riep op om goed te kijken wat er al is aan veerkracht in de stad en je als bestuur te richten op het weghalen van de drempels.
Tijdens de sessie Zorg & Veiligheid op de Bestuurlijke Netwerkdag kwamen bestuurders samen rond een gedeelde urgentie: de groeiende groep complexe overlastgevers en zorgmijders die tussen zorg- en veiligheidssystemen in valt. Met praktijkvoorbeelden werd duidelijk gemaakt dat bestaande voorzieningen en kaders tekortschieten, waardoor onveilige situaties ontstaan en professionals handelingsverlegen raken. Met name het ontbreken van passende interventies en voorzieningen voor mensen die (nog) niet strafrechtelijk in beeld zijn, maar wel intensieve begeleiding en beveiliging nodig hebben, werd als nijpend probleem ervaren.
In de discussie bleek geen eenduidigheid over organisatie en verantwoordelijkheden. Waar sommigen pleitten voor versterking en harmonisatie van bestaande structuren, benadrukten anderen juist het belang van regionale en lokale ruimte voor maatwerk. Bestuurders waarschuwden daarbij voor extra bureaucratie en wezen op structurele tekorten en mismatches in het zorglandschap, die lokaal tot overbelasting leiden. Casuïstiek werd gezien als cruciaal om de politieke urgentie richting het Rijk scherp neer te zetten en duidelijk te maken dat procesmatige antwoorden onvoldoende zijn.
De rode draad van de sessie was de oproep tot krachtigere landelijke regie, zonder de uitvoeringspraktijk te verstikken. Bestuurders vragen om meer handelingsmogelijkheden, duidelijkheid over bevoegdheden, betere samenhang tussen forensische en reguliere zorg en de ontwikkeling van nieuwe, passende voorzieningen. Zonder nieuwe arrangementen voor de meest complexe doelgroep blijven gemeenten vastlopen. Deze gezamenlijke ervaringen vormen de basis voor een versterkte lobby richting het Rijk.
Tijdens de sessie Samenwerken aan het woongeluk van onze inwoners, georganiseerd door de themagroepen WWZ, ZJO en Woningmarkt, stond centraal hoe gemeenten al vanaf de planontwikkeling rekening kunnen houden met de sociale component van de woonopgave, vooral voor aandachtsgroepen.
Annette van Duivenvoorden (Platform31) presenteerde haar onderzoek dat in opdracht van de themagroepen WWZ en ZJO is uitgevoerd over de gebiedsgerichte aanpak dementie en liet zien dat de ambitie om dit thema op te pakken breed aanwezig is en in sommige gemeenten zelfs al bestuurlijk is bekrachtigd. Tegelijkertijd werd duidelijk dat de samenwerking tussen het sociale en fysieke domein nog sterk kan worden verbeterd en dat elk gebied specifieke opgaven kent, wat vraagt om maatwerk en gebiedsgerichte oplossingen. De urgentie van het onderwerp werd verder onderstreept door wethouder Marijn van Ballegooijen (trekker bestuurlijke werkgroep Dementie) bij de overhandiging van het onderzoeksrapport aan Carsten Herstel, directeur-generaal Langdurige Zorg bij VWS.
In het tweede deel van de sessie lichtte wethouder Dorrit de Jong toe hoe Zwolle ernaar streeft voor iedereen een (t)huis te creëren. Met initiatieven zoals Community 4.2, waarin gemengd wonen, professionele begeleiding en informele steun samenkomen, geeft Zwolle concreet vorm aan inclusief en herstelgericht wonen. Dit voorbeeld laat zien hoe lef en domeinoverstijgende samenwerking kunnen leiden tot vernieuwende woon- en zorgconcepten. De sleutel tot succes ligt in het komen tot een gedragen en gezamenlijke visie met alle betrokken domeinen door interne en externe werelden met elkaar te verbinden, (gebieds)gericht te programmeren, innovatieve financiële arrangementen en het creëren van bestuurlijke ruimte. Hiervoor is lef nodig.
Het pijleroverleg Economie en Werk was volledig gewijd aan de uitdagingen voor de nieuwe bestuursperiode. Zoals het doelgericht stimuleren van de economie in tijden van schaarste, arbeidsproductiviteit en brede welvaart, de kansen voor innovatieve ecosystemen in de steden op basis van het kabinetsakkoord en de krapte en mismatch op de arbeidsmarkt.
Te gast was Paul van Dijk van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap met zijn kijk onder de motorkap van het MKB. Na 10 jaar advies vindt het Comité het tijd voor actie om het MKB structureel te ondersteunen. Net als Wennink pleit hij voor een regionaal loket om de dienstverlening te bundelen en vraaggericht in te zetten. De G40 loopt hierin voorop, inmiddels wordt in 18 regio’s met deze aanpak geëxperimenteerd.
In de G40-themagroep Veiligheid is gesproken over de implicaties van het voorstel voor het Boa-bestel voor 2028. De belangrijkste veranderingen in het nieuwe boa-bestel zijn dat de taak van de boa wordt verankerd en dat zij naast het opsporen van strafbare feiten, straks ook strafbare feiten kan voorkomen en beëindigen door mensen uit elkaar te halen of weg te sturen. De bevoegdheden zijn nu geclusterd in zes verschillende domeinen. Een aantal van deze domeinen worden samengevoegd. De werkgevers worden meer dan nu mede-eigenaar van de kwaliteit en rechtmatigheid van het werk van de boa’s die bij hen in dienst zijn. Een neutrale uitstraling van het boa-uniform hoort daarbij. Als het noodzakelijk is kan een boa onder voorwaarden uitgerust worden met een korte wapenstok en pepperspray.
De VNG heeft in de bijeenkomst aan de hand van het visiestuk Meer armslag voor de handhaver een toelichting gegeven op deze ontwikkeling en de nog uit werken vraagstukken op weg naar de invoering. Er moet ook nog een uitvoeringstoets plaatsvinden.
Tijdens de sessie brede wijkaanpak Meerzicht nam gebiedsmanager Ellen Perik de bestuurders mee in de aanpak en ging Jeroen van der Velden van Platform31 in op de landelijke ontwikkeling van de wijkaanpak. Meerzicht is de eerste prioritaire woonwijk binnen de langetermijnvisie Zoetermeer 2040. Gebiedsgericht werken in Zoetermeer is een geïntegreerde, op de wijkgerichte manier van werken waarbij de gemeente ruimtelijke opgaven, sociale ondersteuning en woonkwaliteit aanpakt. Gebiedsmanager Ellen Perik onderstreepte in de Aanpak Wijkontwikkeling Meerzicht het belang van een langdurige aanpak, commitment van partijen en vraaggestuurde aanpak vanuit de bewoners vraagt, over de grenzen van eigen organisatie of opdracht heen. Alleen dan kan gewerkt worden aan het herstellen van vertrouwen in de overheid. Jeroen van der Velden zoomde in op aspecten van netwerksamenwerking binnen de Wijkaanpak. Wat we zien bij alle wijkaanpakken, is dat het opzetten van netwerksamenwerking tijd kost. Er spelen veel processen zoals financiering, samenhang, samenwerking, rol bewoners, doelstelling, schaalniveau en tijd. De samenwerking in een netwerk neemt steeds verder toe. Grotestedenbeleid kent een lage netwerksamenwerking, lokaal gestuurde wijkverbetering kent al meer netwerksamenwerking, terwijl het nationaal programma een intensieve netwerksamenwerking kent. In de brede wijkaanpak is de sociale basis, sociale stijging en sociale herovering essentieel.
Ellen vertelde hoe Zoetermeer via de inhoudelijke thema’s toekomstbesteding wonen, sociaaleconomisch sterker, veilige leefbare wijk, toekomstbestendige woonomgeving invulling geeft aan deze netwerksamenwerking. Basis is een analyse van de wijk zowel door gesprekken met bewoners als op basis van data. De vier thema’s zijn verder uitgewerkt in plannen. In Meerzicht is per wijkonderdeel iets anders nodig. Per onderdeel van de wijk is dan ook een andere aanpak. Afspraken over de woonopgaven tot 2040 zijn gemaakt. Om bewoners te activeren, werkt Zoetermeer met buurtverbinder en flatcoaches. Er zijn daarnaast ruimtes beschikbaar waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten om bijvoorbeeld samen koffie te drinken. Het activeren van wijkbewoners werkt alleen door te luisteren naar de bewoners, geen oordeel te hebben, maar wel de ruimte voor hen te bieden.
Cathelijne Hermans (Rebel) gaf een update over het G40-project stadslogistiek. Steden leren van elkaar en zijn gezamenlijk in gesprek met de logistieke sector en het ministerie van IenW. Voor gemeenten is het een relatief nieuw beleidsveld dat breder is dan het invoeren van zero-emissiezones, maar belangrijk in het kader van het economisch functioneren en de leefbaarheid in de stad.
Tijdens de 'Special sociaal' over de houdbaarheid van de Wmo gaf Yannick Methorst, strategisch beleidsadviseur bij de VNG, een schets van de context, het proces en de uitkomsten van het Wmo-houdbaarheidsonderzoek. Hij benoemde dat gemeenten opereren in een financieel en bestuurlijk onrustige omgeving, onder meer door het ravijnjaar, onduidelijkheid over het coalitieakkoord en veranderende zorgakkoorden. Ook de vraag naar de reikwijdte van de Wmo - met name rond mentale gezondheid en lichte GGZ - kwam nadrukkelijk aan bod. De sessie bouwde voort op drie bestuurlijke bijeenkomsten waarin de VNG reacties van gemeenten ophaalde.
De aanwezige wethouders wezen op de grenzen van het absorptievermogen van lokale gemeenschappen, die niet alle maatschappelijke opgaven kunnen dragen. We zien dat de sociale zekerheid verschraald en dat de Wmo als oplossing wordt gezien. Ook de spanning tussen maatwerk en collectieve ondersteuning kwam terug: waar de Wmo ooit veel ruimte bood voor maatwerk, schuift de praktijk nu naar meer collectieve voorzieningen. Gemeenten zijn trots op de Wmo als brede, integrale wet, maar benadrukten richting het Rijk dat voldoende middelen, stabiele juridische kaders en bestendige afspraken nodig zijn om hun verantwoordelijkheid blijvend te kunnen waarmaken.
In de bijeenkomst van de themagroep Sterke Keten werd presentatie gegeven over De Binnenbaan, het werkbedrijf in Zoetermeer dat iedereen een kans op werk wil geven. In een tijd van arbeidskrapte zouden werkgevers moeten worden verleid meer mensen met beperkingen aan te nemen of in te schakelen via een andere inrichting van werkprocessen (jobcarving). Zo kunnen zo veel mogelijk mensen aan de slag.
Met Paul Depla als gespreksleider verzorgden Arne van Hout (DG ministerie van Binnenlandse Zaken), Leonard Geluk (algemeen directeur VNG) de inhoudelijke afsluiting van deze bestuurlijke netwerkdag. Beiden spraken met veel waardering over de uitgestoken hand die zij terugvonden in het nieuwe coalitieakkoord. “Het voelt ook wel als nu of nooit. Tijd om echt stappen te zetten en de grote opgaven op te pakken”, aldus Van Hout. Het is zaak om de urgentie te blijven voeden en de stap naar voren te zetten en dat ook blijven doen. Met een rijksoverheid dat meer interdepartementaal samenwerkt en voeding krijgt van de VNG en de steden, moet het lukken. Waarbij Depla nadrukkelijk ook wees op de uitwerking van het rapport van de commissie Polman. Dit riep de vraag op of ‘we’ in de goede dynamiek zitten met elkaar? Geluk gaf aan dat dynamiek inherent is aan de VNG. Van stad tot dorp, tussen oost en west, tussen klein en groot. Dat leidt vaak tot de gulden middenweg en dat is in deze tijden spannend. “Het kabinet zal veel vergen, maar met een uitgestoken hand moet het ons lukken”, aldus Geluk.
De commissie Polman zet in op het maken van Regionale investeringsagenda’s. Van Hout gaf aan daar als Rijk graag op aan te haken om samen de agenda te maken. Hij stelde wel dat de steden en de regio’s - samen met het maatschappelijk middenveld - het huiswerk goed op orde moeten hebben. Met een minderheidskabinet zal er ook ruimte gegeven moeten woorden aan de Tweede Kamer om hun rol goed uit te voeren. Ook de kamer moet wellicht eerder in het besluitvormingsproces betrokken worden.
Dat riep de vraag op of de discussie over het geld wel het belangrijkste gesprek is dat je als stad moet voeren. Moet het gesprek niet meer gericht zijn op waarden, zoals het SCP bepleit. Geluk reageerde: 2,4 miljard euro bezuiniging zonder keuzes is niet kiezen. Bij de gemeenten is het verlangen om met elkaar het gesprek te voeren over de inhoud. Dat is noodzaak. Kleinere gemeenten steunen op de grotere steden en de steden komen ook onder druk. Het vraagstuk van taakdifferentiatie moet worden uitgediept. Is er wel genoeg uitvoeringskracht beschikbaar? Geluk en Van Hout vonden elkaar in de oproep om in gesprek te gaan over het langjarige perspectief. Met elkaar duidelijk maken hoe de ontwikkelingen in de regio de landelijke opgaven raken en wat dat betekent voor de rol van steden.
Tot slot werd ‘het stokje’ overgedragen van de burgemeester van Zoetermeer naar de burgemeester van Leeuwarden. Op 10 en 11 september ontmoeten de (nieuwe) bestuurders van de G40 steden elkaar opnieuw op de bestuurlijke netwerkdag in Leeuwarden. Dan gaat de nieuwe bestuursperiode officieel van start. Alle pijlervoorzitters en themagroep-voorzitters werden op het podium geroepen en bedankt voor hun extra inzet de afgelopen jaren voor het stedennetwerk. Het netwerk floreert bij de inzet van de steden; wij zijn samen het netwerk! Paul Depla en Roelof Bleeker (vice-voorzitter G40 stedennetwerk) riepen op tot een warme overdracht naar de nieuwe colleges om vooral weer aan te sluiten in september. Tot in Leeuwarden!